Blog

Sneeuwverbondenheid

December 13, 2017
SneeuwverbondenheidSneeuwverbondenheid
 
Maandag waren we allen in de ban van de sneeuw. De felle noordenwind strooide gul prachtige, grote vlokken uit de dikke, dreigende, grijze wolken. Daken en tuinen kregen een niet alledaags , met de minuut dikker wordend, wit vestje aangekleed. Toegegeven, het was prima sneeuw voor sneeuwballen en dito mannen. De sneeuw kraakte heerlijk in je verkleumde handen als je ze perste tot stevige sneeuwballen. Wintertijd met alles erop en eraan en dus ook de verkeersellende.
 
De aangekondigde winterprik hield ons in zijn wurggreep. In het verkeer geraakten de bussen niet over hun hellingen en bruggen. 1290 kilometer file. Auto’s gleden als boxauto’s over de gladde wegen en kruispunten. Landingsbanen waren onveilig en vliegtuigen geraakten niet op tijd ontijzeld. Honderden mensen overnachtten in Zaventem. De NMBS had het zwaar om de reizigers op hun bestemming te brengen. Besluit: 10 cm sneeuw en heel België ligt plat.
 
Mijn vrouw zat op de trein van Kortrijk naar Oostende. Ze hoorde hoe mensen spontaan hun sneeuwverhalen met de andere reizigers deelden. In Brugge aangekomen, stapten de mensen voor Oostende op, de deuren sloten en … niets, geen beweging. De luidsprekers meldden een onvoorziene panne. De inzittenden hoorden buiten op het perron omroepen dat er een andere trein vertrok naar Oostende. Pech voor hen want de deuren bleven dicht. Iemand probeerde toch, maar tevergeefs, de deuren open te krijgen. Een ongeduldige jonge dame nam dit niet en met een gemeende “foert”, trok ze aan de noodrem: deuren open. Opluchting alom. Een student murmelde tegen mijn vrouw:” Dat zou ik niet gedurfd hebben”.
 
Mensen voelen zich blijkbaar verbonden in hun hachelijke situatie. We worden mondiger en spreken mekaar aan. Zelf sprak ik een mevrouw aan over waar ze best de straat overstak op een plaats waar de zompige sneeuwlaag het dunst was. Zij glimlachte en bedankte me. Ik zag een man een oudere dame helpen oversteken.
 
Het is alsof we miserie nodig hebben om mekaar aan te spreken en te helpen. De sneeuwellende spreekt onze dienstbaar- en samenhorigheid aan die wij op andere dagen on hold zetten. Op een zomerdag had ik die mevrouw niet aangesproken, was er geen reddende engel op de trein en had die student zijn mening niet gedeeld. Blijkbaar als er niets gaande is, kapselt iedereen zich in en lopen we, ondergedompeld in ons eigen wereldje, mekaar zomaar voorbij.
 
In moeilijke situaties wordt kennelijk ons overlevingssysteem aangesproken en zetten we alles in om ‘gered’ te worden en mekaar te ‘redden’. We smeden banden om eruit te geraken. De andere wordt een deel van ons. We worden hulpvaardig en communiceren gemakkelijker. We komen open en delen onze nood.
 
Is dat dan niet de mooie zijde van zo’n ‘ellendige’ dag? En dan hoor ik Louis Amstrong zingen. Luister maar even mee. ”And I think to myself; what a wonderful world."
 
2018 © Body Mind Works, created by PopComsitemap